Constructieprincipes voor de informatiekundige

Al in de jaren 90 betoogde Jaap van Rees dat er behoefte was aan informatiekunde als discipline naast informatica[1]. Informatiekunde is volgens hem ontstaan uit de informatica zoals verkeerskunde voortgekomen is uit onder andere de autotechniek. Met weinig auto’s hoef je nog niet veel te regelen. Als het er meer worden, blijkt de kunde van hun samenhangende toepassing onontbeerlijk. Daarbij maakte van Rees onderscheid tussen de rollen van architect en constructeur. De architect is volgens hem gericht op “schoonheid”, kwaliteit en passen in de omgeving van het ontwerp. De constructeur moet zorgen dat het maakbaar is en werkt, gegeven de technologische grenzen.

Aldus ontstaat in z’n eenvoudigste opzet een matrix met vier elementen. Eén element daarvan is de architect van de organisatie als informatieverwerkend geheel, ofwel de informatiekundige architect. Daarnaast is er de architect van de middelen voor de informatieverwerking. Dat is dan de informatica-architect. Met betrekking tot de constructeur is er dezelfde nuancering, dat wil zeggen een informatiekundige constructeur en een informatica-constructeur.

Deze indeling past vandaag de dag nog steeds kijkend naar alle aanduidingen van IT specialisten. Het helpt om beter te duiden in welk kwadrant iemand acteert vanuit rol en discipline. Daarbij kan iemand best in meerdere kwadranten actief zijn als hij zich steeds bewust is van zijn positie.

Voor de uitvoering van hun professie passen ze allemaal principes toe.

De informatiekundige architect bepaald welke informatieprincipes voor zijn ontwerp van de informatieverwerkende organisatie van toepassing zijn, de constructeur past ze toe als norm bij de bouw en inrichting. Constructieprincipes zijn universeler omdat elk ontwerp via constructie in de concrete werkelijkheid gedaante krijgt. Iets werkt, of werkt niet, punt. Het is daarmee duidelijk dat een constructieprincipe niet tegen natuurwetten kan indruisen. Een ondeugdelijk bouwwerk stort in.

De wisselwerking tussen architectuur en constructie zit in het voortschrijden van technologie. Met de ene technologie zijn andere constructies mogelijk dan met een andere. Ook de architect krijgt daardoor de mogelijkheid en beperking van andere keuzes.

In een serie van korte columns wil ik stil staan bij de nog steeds geldige informatiekundige constructieprincipes die garant staan voor betere informatiebouwwerken. In de afgelopen decennia is namelijk de nadruk vaak gelegd op de mogelijkheden die de voortschrijdende techniek van die bouwwerken te bieden had. De informatiekundige kant is daarbij een beetje vergeten. Met als gevolg soms wankele of slecht onderhoudbare “informatiebouwwerken”.

Achtereenvolgens komen onderstaande informatiekundige principes aan bod:

  1. Betekenisloze identiteitsaanduiding
  2. Ontkoppelpunten voor complexiteitsreductie en flexibiliteit, maximale onafhankelijkheid van delen
  3. Consistentie van taal
  4. Duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling en functiescheiding voor de administratie
  5. Beslissingsbevoegdheid voor de uitvoering zo laag mogelijk beleggen
  6. Autorisatie loskoppelen van identificatie/authenticatie
  7. Enkelvoudige vastlegging van stamdata
  8. Data en metadata scheiden in opslag en verwerking
  9. Standaardpatronen toepassen zonder afwijkingen.

De voortschrijdende techniek maakt ook een aantal constructieprincipes voor de informatica mogelijk :

  1. Applicatiefunctie en dataopslag scheiden
  2. Apparaat onafhankelijk ontwikkelen
  3. SQL versus linked data
  4. Onzichtbare koppelingen zijn verboden

De eerste blog is hier te lezen.
De tweede blog is hier te lezen

[1] EAN 9789026721557. Hij maakt het nog steeds geldige onderscheid tussen de leer van de informatietechnologie (informatica) en de leer van de informatieverwerking in organisaties (informatiekunde)