Lees meer over: Privacy


Wie wil er nu vergeten worden? Nou, ik!

Ik word de laatste tijd regelmatig door een niet nader te noemen organisatie met een niet nader te noemen nummer gebeld. Ooit, zo’n drie jaar geleden was ik klant van die organisatie. Ik heb direct het nummer in mijn mobiele telefoon geblokkeerd. Maar, dat bleek helaas niet voldoende. Te pas en te onpas werd er vervolgens ingesproken op mijn voicemail. Kortom, het bleef mij achtervolgen. Even het nummer googlen en wat bleek, ik was niet de enige die er last van had en zich er aan ergerde. Vanzelfsprekend heb ik vandaag de betreffende organisatie gebeld en hen vriendelijk doch dringend verzocht mij niet meer te bellen en dus een beroep gedaan op het recht van verzet. Dat was geen probleem. Maar toen ik verzocht om mijn gegevens te verwijderen, stuitte dat op nogal wat weerstand. ‘Dat kan helaas niet meneer’; zei de medewerker van de klantenservice. Een toelichting kon hij verder niet geven. Nadat ik aandrong kreeg ik de opmerking ‘Prima meneer, we regelen het wel.’ Echter, uit de toon was overduidelijk op te maken dat het vooral de bedoeling was om het telefoongesprek te beëindigen. Spannend, het proces om mijn gegevens te laten verwijderen kan nu beginnen. Want zo makkelijk is het niet.

Eerst even kort de achtergrond van het recht om vergeten te worden. Het recht om vergeten te worden (ook wel bekend als het “vergeetrecht”) is een privacyrecht van alle Europese burgers. Op grond van het recht om vergeten te worden heeft ook u het recht om onjuiste of verouderde privacygevoelige informatie te laten verwijderen. De wettelijke grondslag van het recht om vergeten te worden is te vinden in de Europese Privacyrichtlijn (Richtlijn 95/46/EG). Deze Europese regels zijn door de Nederlandse wetgever vastgelegd in de artikelen 36 en 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Weer terug naar mijn eigen situatie. Concreet betekent deze wetgeving dat ik een organisatie kan verzoeken mijn gegevens te verwijderen als de gegevens die zij van mijn hebben ‘niet ter zake doen voor het doel waarvoor ze zijn verzameld’. Logisch dus dat ik in mijn situatie een beroep op dit recht doe, zo lijkt mij. Waarom hebben zij immers mijn gegevens nog nodig als ik geen klant meer ben én aangegeven heb geen reclame meer te willen ontvangen?

Om mijn gegevens te laten verwijderen ben ik even op de website van de organisatie gaan neuzen. Benieuwd of daar de mogelijk, om mijn gegevens te laten verwijderen, actief wordt aangeboden. Helaas, op de website kan ik alleen een formulier downloaden die het ‘slechts’ mogelijk maakt ‘mijn gegevens zoals deze zijn vastgelegd bij … (red.) te blokkeren tegen het ontvangen van aanbiedingen en informatie over producten en diensten van … (red.).’ Oke, ik ontvang dan wel geen aanbiedingen en informatie meer, maar mijn gegevens zitten nog steeds in hun administratie. En dat is juist wat ik niet meer wil.

Daarom heb ik een brief gestuurd met het verzoek mijn gegevens te verwijderen. Daarbij heb ik natuurlijk een beroep gedaan op artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens. Nu afwachten wat de reactie zal zijn. Bij het opstellen van de brief heb ik gebruik gemaakt van de brief die de Autoriteit Persoonsgegevens aanbiedt. Deze brief kunt u prima gebruiken mocht u in hetzelfde schuitje zitten als ik. Succes!