Ie-oh-tee (IoT), daar willen organisaties wat mee

Technologische ontwikkelingen brengen meer dan ooit een verscheidenheid aan mogelijkheden met zich mee. Doordat meer kan moeten organisaties er ook meer over weten om te bepalen wat wel of niet te gaan doen. Ontwikkelingen kunnen in de meeste gevallen vóór je werken, maar gedegen voorbereiding alvorens projecten te starten is aan te raden om teleurstellingen te voorkomen. Waar moet je nou op letten als je een project start met een Internet of Things (IoT) component?

Een organisatie wordt voor het blok gezet als besluiten onder ogenschijnlijke tijdsdruk genomen moeten worden, om ‘iets te doen’ met de beschikbare technologieën. Denk hierbij aan blockchain, machine learning, 3d printing, drones etc. IoT is niet nieuw, maar de toepassingen vanuit organisaties staan vaak nog in de kinderschoenen. In het geval van IoT is het de vraag: “Jij wilt toch ook een ‘slimme’ organisatie”? Je hoort dat er geweldige dingen mogelijk zijn. De toepassing gaat verder dan alleen sensoren, de prijs is aantrekkelijker dan voorheen en het kan allemaal draadloos. Dus waarom niet gewoon uitproberen in een project?

Helaas is de praktijk weerbarstiger, zo bleek onder meer uit een onlangs gepubliceerd onderzoek van Cisco naar IoT-projecten. 1845 ICT-beslissers werden bevraagd naar hun ervaringen met IoT. Zij gaven aan dat bijna 75 procent van de projecten niet leidt tot de gewenste resultaten. Dit begint al bij de Proof of Concept, waarbij verwachtingen niet in lijn zijn met het resultaat. Topmanagement weet over het algemeen niet wat de techniek behelst en wat de mogelijkheden zijn, strategie is niet verbonden met de operatie, business en ICT werken niet samen en expertise is onvoldoende aanwezig.

Het opstarten van IoT-projecten moet in lijn zijn met de visie en strategie van de organisatie. Maar wat zijn de afwegingen en de handvatten om daarover een goed besluit te nemen? De voorbereiding is daarbij wat mij betreft essentieel. Het beantwoorden van belangrijke vragen in de voorbereiding geeft grip op het resultaat. Voorbeelden van dit soort vragen, waargenomen uit de praktijk, zijn:

– Wat is IoT nu precies?
– Voor welke bedrijfsdoelstelling wordt IoT eigenlijk ingezet?
– Wat is de toegevoegde waarde van het project voor de organisatie?
– Hoe hangt IoT samen met andere ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie?
– Is er voldoende kennis van en verbinding tussen strategische-, tactische- en operationele lagen binnen de organisatie ten aanzien van IoT?
– Wat zou de rol van het management moeten zijn?
– Hoe zou de samenwerking tussen business en ICT eruit moeten zien?
– Voor welke doeleinden kunnen kwaadwillenden een IoT-toepassing misschien wel misbruiken?
– Hoe is de privacy geregeld? Lees hierover meer in de blog van VKA consultant Bas de Groot over hoe om te gaan met de naderende Europese (e-)privacyverordening.
– Hoe stabiel zijn te kiezen netwerken?
– Hoe is de integratie met IoT cloud platformen?

Betrek bij deze vragen de juiste stakeholders, van strategie tot operationeel. En laat het vooral ‘levende’ vragen zijn, zodat deze gedurende het hele project worden gesteld. Hierdoor ontstaat meer houvast op de vraag of het in lijn is met de verwachtingen. Start bijvoorbeeld met workshops waarbij kansen en risico’s worden afgewogen. Prioriteer vervolgens de belangrijkste overwegingen. Dit geeft aan waar de toegevoegde waarde zit en wordt duidelijk welke meerwaarde het project kan leveren aan de organisatie.

Door op de bovenstaande aandachtspunten te letten wordt de slagingskans van een IoT-project groter, maar daar stopt het uiteraard niet. Krijg je bij jouw organisatie ook te maken met een dergelijke IoT-uitdaging en wil je ervaringen delen over de invulling, neem dan contact met mij op.