Zorgaanbieders, verweert U!

De kosten van de gezondheidszorg in Nederland stijgen te hard. De minister van VWS grijpt daarom rigoureus in op de zorgbudgetten, waarbij elke deelsector de pijn van deze bezuinigingen voelt. Een zorgaanbieder hoeft deze ingrepen niet lijdzaam te ondergaan, maar kan en moet een actieve rol spelen in het spel tussen aanbieder en zorgverzekeraar of zorgkantoor, waarbij beiden gebruik maken van het fenomeen zorgplicht. Dit vraagt om bewustwording, keuzes maken en onderhandelen: zorgaanbieders moeten zichzelf leren verkopen! In het belang van zorg, van cliënten en ja, ook van de financiële beheersbaarheid.

Bewustwording: weten wat het écht kost is noodzakelijk

De zorgbranche wordt de laatste jaren geconfronteerd met stijgende kosten, zorgkwaliteit die onder druk staat, personeelstekorten en veranderingen in de financiering van het stelsel. Veel zorginstellingen hebben de laatste jaren naast aandacht voor het primaire proces wel veel aandacht geschonken aan bedrijfsvoering, maar het is de vraag of dat voldoende is geweest. Van nature blijven zorginstellingen qua arbeidsproductiviteit achter bij veel andere sectoren, omdat het product "handen aan het bed" niet zo eenvoudig als in de landbouw of industrie gesubstitueerd kan worden door kapitaal (bijv. uitbesteding) of technologie. Daarbovenop komt het gebrek aan scherpe bedrijfsvoeringcompetenties in deze instellingen: veel instellingen weten niet exact wat hun dienstenportfolio is en wat de kostprijs per dienst is. Zij sturen op het 'vol maken' van de uren en kosten die in het (ZZP-/DBC-)budget van de patiënt of cliënt benoemd zijn, zonder te kijken naar de werkelijke kostendrivers vanuit personeel, vierkante meters, ICT, kapitaal etcetera. Dit maakt het lastig om werkelijk te sturen op de relatie tussen kwaliteit- en kostenniveau. Transparantie en verantwoording naar toezichthouders is hierdoor beperkt. Bovendien is de trend zichtbaar dat zorginkopers zich professioneler opstellen. Vooral instellingen die AWBZ gefinancierde zorg, Jeugdzorg of maatschappelijke ondersteuning (WMO) aanbieden, moeten op dit gebied nog een flinke stap maken.

Keuzes maken: goede zorg is betaalbare zorg

Hoewel zorgverlening inhoudelijk ook op zichzelf staat (bijv. eed van Hippocrates), is de zorgverlening in Nederland vooral ook een maatschappelijk, economisch en organisatorisch fenomeen, zeker in zorginstellingen. De bestuurders en zorgprofessionals zijn daarbij van elkaar afhankelijk bij het bereiken van hun doelstellingen. Bestuurders kunnen op instellingsniveau geen goede zorgkwaliteit leveren zonder de zorgprofessionals. De verantwoordelijkheid voor de kwalitatief goede zorg voor de cliënt ligt bij de zorgprofessionals, maar in toenemende mate kan deze zorgkwaliteit alleen geleverd worden wanneer deze zorgkwaliteit duurzaam betaalbaar is en blijft (solvabiliteit). Dit betekent dat de zorgprofessionals meer bedrijfseconomische afwegingen moeten gaan maken in hun keuzes voor te leveren zorgkwaliteit of door bijvoorbeeld het hergebruik van (behandel)informatie over de cliënt. De bestuurders zullen de zorgprofessionals moeten faciliteren met de juiste informatie over de prijskaartjes die aan de kwalitatieve keuzes hangen. Deze keuzes, met bijbehorende bedrijfseconomische consequenties, moeten de zorgprofessionals ook kunnen verantwoorden aan de bestuurders. Deze informatie heeft de bestuurder nodig om te sturen op een financieel gezonde zorginstelling en om een kwalitatief goed, maar toch betaalbaar zorgportfolio te kunnen blijven leveren. Daarnaast hebben beide typen functionarissen ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor welke zorg er überhaupt geleverd wordt. Ook medici begrijpen dat een negatief saldo bij een bepaald type zorgverlening, ook al is het door externe economische factoren ontstaan, geen houdbare situatie kan zijn. Dan is er immers geen geld om straks deze zorgverlening voor de cliënten in de lucht te houden! Dit betekent dat bestuurders en medici samen keuzes moeten maken in het portfolio. Vooral voor medici zal dit voelen als een tegennatuurlijke beweging: het mogelijk niet zorgverlenen aan hulpbehoevende cliënten. Toch wordt van de medicus gevraagd op beide niveaus (zorginhoudelijk en financieel) af te wegen, immers, net als bij een financieel ongezond commercieel bedrijf, moet vaak een deel van het bedrijf gesaneerd worden, om de dienstverlening en de kwaliteit daarvan voor het merendeel van de cliënten en de medewerkers(!) te kunnen continueren.

Zorgplicht: bouwsteen voor inkoop, verkoop en onderhandeling

Een belangrijk element in het kunnen en durven maken van keuzes is de zorgplicht. Waar zorgaanbieders vaak materieel de plicht voelen tot het verlenen van zorg aan patiënten, ligt de formele plicht voor zorg voor Nederlandse burgers bij de zorgverzekeraar (of het zorgkantoor). Deze partij moet de regie voeren bij het doelmatig organiseren van de zorg (in regio’s), de zorgaanbieder is leverancier in dit regieproces. Naast sturing op prijs en volume, moeten zorgverzekeraars immers zorgen dat de toegang voor verzekerden (burgers) in regio’s geborgd is. We zullen daarbij in Nederland nooit tot volledige marktwerking komen. Maar in plaats van het zich afzetten tegen dit principe, kunnen zorgaanbieders het spel van het verzekeringsstelsel maar beter goed leren spelen. Het zorgplichtprincipe maakt het mogelijk dat bestuurders van zorginstellingen niet hoeven te bezuinigen met de 'kaasschaaf'. Zij kunnen inzetten op het leveren van zorg tegen kostprijs-plus, en aangeven voor minder dan dat niet te leveren! Hiervoor is noodzakelijk dat bestuurders en medische staf van de instelling samen zowel zorginhoudelijk als financieel zich bewust zijn of in hoog tempo worden van waar de instelling goed in is, welke samenhang (zorgpaden) er in de zorgverlening aanwezig is en hoe dit als financieel haalbaar portfolio gepositioneerd moet worden. Ofwel, ook het verkoopproces moet 'core business' van een zorginstelling worden! Dit vraagt een stevige investering in kennis, administratieve ondersteuning en vaardigheden. Na interne bewustwording en keuzes kan dan na een gedegen voorbereiding de onderhandeling met de verzekeraar worden aangegaan, waarbij een stevige positionering inclusief perspectieven van zorgstops wordt gehanteerd. Dit kan pittig zijn voor individuele zorginkopers, maar het moge duidelijk zijn dat juist voor verzekeraars een dergelijke attitude leidt tot een betere inkoop en zorgregie plus de vergroting van de zekerheid dat een zorginstelling niet omvalt door geen keuzes te maken en/of onder de kostprijs levert (waarbij de zorgplicht in gevaar komt).

Merijn van der Zalm